Hoe verloopt een bevalling? Welke fases heeft een bevalling? Waar wil je bevallen en wanneer ga je daar dan naartoe?

Een bevalling kun je opdelen in verschillende fases. De ontsluiting, als de baarmoedermond opengaat. De uitdrijving, als je gaat persen en het kind geboren wordt. En het nageboortetijdperk wanneer de placenta of moederkoek wordt geboren. De ontsluiting kan ook weer opgedeeld worden in de latente fase en de actieve fase.

ontsluiting

Ontsluiting: de latente fase

Tot ongeveer 5 centimeter ontsluiting heet het de latente fase. Deze fase kan een paar uur duren maar ook een paar dagen. Eerst moeten de baarmoeder hals en -mond zacht worden. Daarna wordt de baarmoederhals steeds korter (zoals het tuutje van een ballon die je opblaast ook steeds korter wordt). Als de baarmoederhals opgetrokken is begint de ontsluiting. De weeën in de latente fase zijn vaak nog wat onregelmatig. Of ze zijn in nacht best regelmatige, maar ze worden minder in de ochtend. Dit is heel normaal in de latente fase. Omdat de latente fase heel lang kan duren is het belangrijk om dit eerste deel van de bevalling zoveel mogelijk rust te houden en te slapen als dat kan. Je energie heb je later nog heel hard nodig!

Ontsluiting: de actieve fase

De actieve fase is van ongeveer 5 centimeter tot volledige ontsluiting, (10 centimeter). De baarmoedermond is dan niet meer te voelen. Deze fase is vaak overzichtelijker dan de latente fase, de gemiddelde voortgang is een centimeter ontsluiting per uur. 

persen

De uitdrijving: het persen

Als de baarmoedermond helemaal open is, volledige ontsluiting, begint de volgende fase: de uitdrijving. De ontsluitingsweeën gaan over in persweeën, je voelt dan dat de druk naar beneden steeds sterker wordt. Bij de meeste vrouwen ontstaat dan reflectoire persdrang, waarbij je lijf ‘uit zichzelf’ gaat persen. Reflectoire persdrang kun je niet ophouden, je baarmoeder (een van de krachtigste spieren in je lijf) drukt dan het kind naar beneden. Het persen voor een eerste kindje duur vaak wat langer, gemiddeld ruim een uur. De bekkenbodem is nog heel stug en moet helemaal opgerekt worden om het kindje erdoor te kunnen laten. Bij een tweede kindje is dat oprekwerk al een keer gedaan en verloopt het persen vaak een stuk sneller. 

Bij het laatste deel van het persen zie je eerst een klein stukje van het hoofdje van je baby, en met elke keer persen wordt dat een stukje meer. Dit is het deel waarin we je zo goed mogelijk coachen, we zeggen je wanneer je moet persen en wanneer je moet zuchten. Zo kan het hoofdje van de baby rustig geboren worden. Als de grootste omvang van het hoofdje door je vagina gaat is het een heftig gevoel, soms ook ‘ring of fire’ genoemd. Door het hoofdje rustig geboren te laten worden kan de huid van het perineum goed oprekken. Zo voorkom je zoveel mogelijk schade met uitscheuren. Lees ook het stukje over perineummassage. Als de grootste omvang van het hoofdje geboren is, gaat het daarna vaak heel snel, binnen dezelfde wee of een wee later wordt dan de baby geboren en kan meteen op je borst.

placenta

De placenta of moederkoek

In deze fase wordt de moederkoek of placenta geboren. De bevalling is pas klaar als de placenta geboren is. De baby ligt al op je buik, en we wachten op signalen van je lijf dat de placenta losligt. Dit duurt meestal 10 tot 30 minuten. Als het bloedverlies te veel wordt of als de placenta niet geboren wordt kunnen we oxytocine geven. Dit is het hormoon dat de baarmoeder samen laat trekken en zo de placenta losdrukt. 

waar bevallen

Waar bevallen

In Nederland kun je kiezen voor een thuisbevalling of een bevalling op een andere plaats. Je kunt poliklinisch bevallen, dat is een natuurlijke of niet-medische bevalling op een verloskamer in het ziekenhuis. Je kunt ook kiezen voor een bevalcentrum zoals het Bevalcentrum West of het geboortehotel. Wij begeleiden bevallingen op alle plekken.

Wanneer ga je naar het ziekenhuis? Je begint altijd thuis met een bevalling (alleen inleidingen beginnen in een ziekenhuis). Als je niet thuis wilt bevallen dan ga je vanaf ongeveer 5 centimeter ontsluiting naar de plaats waar je wil bevallen. Een verplaatsing in de latente fase kan ervoor zorgen dat de weeën minder worden of stoppen. 

bevalhoudingen

Bevalhoudingen

Het meest bekende beeld van bevallende vrouwen is liggend in bed met de benen in de beensteunen. Maar dat is vaak niet de meest gunstige houding om een baby geboren te laten worden. Door een verticale positie (staand of zittend) laat je de zwaartekracht een beetje meehelpen. We doen veel bevallingen op de baarkruk, maar er zijn nog veel andere alternatieve houdingen. We begeleiden ook badbevallingen, dat kan in het Bevalcentrum West en in het geboortehuis . Via deze site kun je een bad voor thuis huren.

hechtingen

Hechtingen

Een knip of een episiotomie proberen we zoveel mogelijk te voorkomen. Soms is dit nodig om een kind snel geboren te laten worden. Wij denken dat je beter een klein beetje uit kunt scheuren, omdat deze wonden vaak makkelijker genezen. We gebruiken vaak washandjes met warm water om het perineum te ondersteunen, dit maakt de kans op uitscheuren wat kleiner.

Het doorknippen van de navelstreng

Als de baby op je buik ligt kan de navelstreng doorgeknipt worden. Dit is een symbolisch moment en wordt vaak door de partner gedaan, maar er zijn geen regels of verplichtingen voor. We wachten het liefst tot de navelstreng uitgeklopt is, dan krijgt de baby nog wat extra zuurstofrijk bloed. Dit kan tot 20 tot 30 minuten duren.

voor partners

Voor partners

Als partner heb je geen makkelijke rol. Je ziet dat je geliefde het zwaar heeft en het lijkt of je alleen maar toe kunt kijken. Je kunt de weeën niet overnemen, maar je geliefde ondersteunen van is wel heel belangrijk. Elke bevallende vrouw is anders en heeft andere dingen nodig. Zo zal de ene vrouw graag gemasseerd worden tussen de weeën door en wil de ander helemaal niet aangeraakt worden. Belangrijk is om te zien wat je geliefde nodig heeft. Dit is moeilijk, maar het wordt weer makkelijker worden als de baby geboren is.